is toegevoegd aan je favorieten.

Bundel van uitlegkundige verhandelingen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a«8 HEBR. U: 16.

was, kwam het mij zeer ongefchikt voor om door zaad Abrahams de Joden te verftaan. — Ik kon niet zien, waarom hier alleen van de Joden zou gefproken worden. ~— Mijne gegevene verklaring, op den aait der taal gegrond, duldt nu volftrekt ook niet, dat men hier enkel aan de Joden denkt, maar aan die gene in 't gemeen, welken Christus verkregen, welken zijn Vader hem gegeven heeft, dat is, de gelovigen. — Dat deze in den waren zin, welken Jefus geleerd heeft, het zaad van Abraham zijn, weten wij uit Joh. VIII: 3. „ Indien Gij Abrahams „ kinderen waart , zo zoudt Gij de werken Abras, hams doen". — Mijne aantekeningen opflaande vinde ik mijnen waardigen Broeder hier ook aangehaald in zijne bij het Haagseh Genootfehap (Tot verded. van den Chr. G.) bekroonde prijsverhandeling p. 290, alwaar ik deze mijne aanmerking ook juist aantreffe: wij lezen daar: - „ Abrahams zaad, die s, naamebjk de voetftappen van Abrahams geloof na„ volgen Hebr. II: 16".

LUC.