Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9<5 De Wonderwerken der

„ dat zy zelve begonden, elk in zyne Moeder* „ taal (de Pontiër in het Pontisch, de Romein in „ het Latyn enz.) te bidden, en eenen onver55 gelyklyken yver in de uitvoering van hunne „ beftemming te vertoonen: Hetgeen dan ver„ volgends de anderen ook beweegde, om zich

m met hun te voegen. Men ziet derhalven,

s, dat men niet genoodzaakt is, te onderftellen, „ als of de Leerlingen van Jesus in dit oogenblik „ de uitheemfche Taaien hadden leeren /preken, „ maar alleen dit: dat zy thans juist dezelfde „ vrymoedigheid verkreegen, om elk in zyne Taal „ een Verkondiger van Jesus te zyn. Het „ meest, of wel het gewigtigfte van hetgeen „ ik hier gezegd heb, heeft de Heer Semler 3, in zyne wederlegging van den Ongenoemden >> ree<f voor my gezegd." Ik heb deeze geheele Aanteekening van Bahrdt uitgefchreven, opdat myne Lezers ze vergelyken mogen met het verhaal van Lukas, en zich verwonderen, hoe men zulk een eenvoudig bericht dus verdraaien kan. Uit Lukas zien wy, dat deeze Vergadering enkel uit Galileërs belfond, niet in den zin, in welken naderhand die benaming een fmaadnaam voor de Christenen in het gemeen geweest is, maar in den eigenlyken zin; Deeze fpraken met vreemde Taaien, niet in hunne Moedertaal, anders was er immers geene reden van verwondering voor de Schaare ? Wat aanbelangt, dat Bahrdt zich op Semler beroept, om zich, als 't ware, eenigszins te dekken , het komt hier op geen gezag aan, maar op de zaak zelve, doch daarenboven , alfchoon Semler (*) de gaven i Cor. XII. gemeld, voor Ambts-gaven

en

(*) Beantwoording der Fragmenten enz. pag. 417.

Sluiten