is toegevoegd aan je favorieten.

Moriz, of De gevallen van den heere Lemberg.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

240 m 0 r i 2

ne Lippen. De (tamme fmert had zich diep in mijn harte begraven ; en nadien 'er nu geene zagte traanen meer over mijne Wangen rolden ; moest mijn regterhand , in elke woedende beweeging , zich met kragt bezig houden.

Leentjen in de armen van een ander! Dit beeld zweefde mij telkens voor de oogen, en pijnigde mij verfchriklijk: Zomtijds wierdt het zekerlijk door het beeld van den doorftookenen Mansperfoon verdrongen: maar dit was mij, op verre na zo pijnlijk niet, dan het eerfte. Aan een ander zou het laatfte het verfchriklijkfte zijn voorgekoomen; maar voor mij was zulks het eerfte, en moest het zijn.

Intusfchen naderde de Nacht. Met haar verhief zich een ftorm , die door de takken en kruinen der rondom ftaande Eiken heen ruisch'e, en dezelven tot hunne Wortelen deedt fchudden. Om en nevens mij fuisten de bladeren van bet Bosch, en enkelde groote regendruppelen vielen mij op de handen , en het aangezicht. Mijn Paard fchraapte met de Pooten en grunnikte van Honger en Kouds ; terwijl een dikke duisternis , alles wat mij omringde io haaren

zwar-