is toegevoegd aan je favorieten.

De zaak der negerslaaven, en der inwooneren van Guinéa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EN DER INWOONEREN VAN GUINEA. 245

wind en den regen waardoor de heesters veel lijden: na den oogst fcheidt men het ftof van den bolder, door middel van een molen, die uit twee rollen beltaat, welke tegen elkander aanwerken ; gegroefd zijnde, vatten zij het katoen, en ontdaan het van de nooten.

De koflij.

De koffijboom eischt geen meerder arbeids , zijn zaad werkt niet dan wanneer het versch is ; men brengt hem niet zonder veel moeite uit Arabiën, alwaar hij eigenlijk behoort , na America; hij eischt eenen gnnstigen grond, na het Oosten, de fnschheid des daauws, eene hitte getemperd door den regen ; 114) hij groeit van 15 tot 20 voet, maar , om den oogst gemaklijker te maaken , knot men hem op 6, of 7 voeten: na drie jaar geeft hij veel, is altoos groen, hij draagt te gelijk bloemen , onvolko mene, en rijpe vruchten: de vrucht gelijkt naar een kers; zijn vleesch is in 't eerst zacht, en onaangenaam; allengs droogt dit bekleedzel, de noot wordt hard, en het geen eerst een zachte vleezige vrucht was, wordt eene bruine zeer bittere fchil of peul, waarin verfcheidene kernen zijn: men oogst de vrucht vóór zij droog is; men legt die om te droogen op eene fchuinte, vervolgends op hoopen , om verder te zuiveren, en eindelijk zifc men die.

De befchrijving deezer drie heesters is genoeg om te doen zien dat de landbouw op dc eilanden in zig zeiven niets moejelijks heeft; en dat indien de Q 3