is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedkundige verhandeling over de heidens, betreffende hunne herkomst, leevenswijze, gesteldheid, zeden en lotgevallen, sedert hunne verschijning in Europa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ï66

over het dulden

en vermeerderd, dat hunne uitroeijing, in het jaar 1612, op nieuw gelast wicvdt (1).

Uit Zwitferland wierden zij, in 1510, gebannen, én hen de terugkomst verboden, onder de bedreiging van opgehangen te zullen worden (2).

In Italië hebben zij, even zo min, eene veilige en blijvende plaats gehad. In het jaar 1572 moeiten zij uit het Gebied vail Milaan en Par ma verhuizen (3), en wierden, wat vroeger, ook door Fenetiaanfche bevelen- vervolgd (4); even als hen dit zelfde ook in het Napelfche wedervoer. Hier zijn zo wel Kerklijke, als wacreldlijke bevelen tegen hen voor handen. Eene Napelfche Sijnode, in het jaar 1576, en eene andere te Salerno, 1596, vonnisden tegen hunne verdere dulding als Ketters en Öngeloovigen (5); gelijk als een waereldlijk bevel, in 1560, hen uit het Rijk verbande als Dieven, Bedriegers en Ferfpie4ers der Turken, Deze verordening wierdt in 1569, en nogmaals in 1585 vernieuwd; dcch b!eef> dewijl ze met geen nadruklijken ernst wierdt agtcrvolgd, even als de belluiten der Sijnoden, zonder merklijke werking (6).

Engeland zogt zig van hen, in het'jaar 1531, onder hendrik VIII, te ontdoen; maar, de

Par.

(r) Thjj an. Continuat. Lih. V. pag. 260. en hiob lijdolffj JPéltgefibiehte, Tb. II. S. 399 &Ct Francf. 1716 fit.

(2) JOH. Jac. Hottinger Helvet!febe Kirchengefcbicite ' Tb. 9. S. 320 fi?c.

(3) Surii Commentar. rernnt in erbe geflar. ai annum 1572. C4) Th om as ii Dlsfert. ie Cingaris , §. 68.

(5) Mansii Supplementa Concilior. Tom. V.pag.1037. IItf8%.

(6) Swinburne's Travels in the twe Sicilies, rel. I, j>. 307"