is toegevoegd aan je favorieten.

Aanteekeningen, van J. Nomsz, op alle zyne tooneelstukken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BERICHT. 199

kent de uiterfte verpligting te hebben; en tevens zien wy een' heerschzuchtig', trots', belangziek' vorsten een' verre onder hem vernederden dienaar. Van wien dezer tw e dienaars kan men nu dutdelykst een daad by hun' ne meesters zien verrichten, waarmede het verlies van 't hoofd gemoeid is ? Immers van Lizus. Gevolglyk, is hier de mar re beneden volt ai re. Het 011derfclnid der daden van dl twee dienaars word noch prooter,als m"n in aanmerking neemt, dat Lizus den broeder van Foix /paart, wel bewust dat die prins zyn' broeder t.eirinde, en dat niets dan eene opwelling van verkeerde driften hem aandreef tot zyn ysfelyk voornemen Lannoy zag in tegendeel Piilips door een' deugniet regeeren , en fpaart een' man met wien Phiips 'in geen betrekking ter waereld Jhnd.

Men v:rfta wy wel, ik keure daarom jacoha van b e ij e r " n niet af, alles minder dan dat: ik wenschte alleen dat oe mar re ein weinig meer waardigheid aan Lannoy had gegeven. Alles wat ik hedoele is, door beproefde voorbeelden, te doen zien dat jonge dichters altyd best handelen, wanneer zy wigtigfte daden willen laten verrichten, die nooit dan aan wigtige mannen te vertrouwen; die wel wat, maar niet, tegen het beloop der natuur aan, ,, alles", wagen. Het geen ik hier aanmerke, heeft noch één voordcel: men ziet 'er uit dat horatiüs, BOHEAü, voltauï en vondel gelyk hadden, in het ,, w"arfchynly'.e" voor het ,, ware" op de tooneelen te verkiezen. IVant, N + fi«'