is toegevoegd aan je favorieten.

Reize van Zeeland over de Kaap de Goede Hoop en Batavia, naar Samarang [...] in de jaaren MDCCLXXIV tot MDCCLXXVIII.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MACASSER, AMBOINA, ïnz. «in

en van boven koepeJsgewijze gedekt. Dewijl hij geflootcn was konden wij denzelven van binnen niet bezien ; maar mij werd gezegd, dat er boven eene fraaije kamer was, waar de Engelfchen zich fomtijds gingen verlustigen.

Ten half zeven uuren flapten wij elk op een onzer inlandfche rijdtuigen, fchoon erplaatsvoor twee perfoonen op was : de drie andere waren gefchikt voor onze bedienden en bagagie.

Het was dien dag bijzonder warm, en wij hadden niets dat ons tegen de hitte der zon befchutten konde, alzoo dit rijdtuig geen kap of dekfel heeft; daarenboven was er geen het minfiewindjen, dat de lucht verkoelde.

Wij reeden eerst noordoostwaards op , door eene zandige en onbebouwde vlakte, alwaar men hier en daar een klein dor en treurig boomtjen vond. Dezen weg ruim twee uuren vervolgd hebbende , draaiden wij meer noordwaards en westlijker af: hier reeden wij dwars door eene vallei, diaN, naar mijn oordeel, alle merkteeke* nen droeg van weleer het bed van de rivier of ten minften een arm van dezelve geweest te zijn.

Vervolgens kwamen wij weder aan eenige zand - duinen , op welker hoogte wij een vermaakelijk gezicht hadden op een inham der zee, voor dezen De kom van Sualy genoemd , en waar men-zegt, dat onze fchepen , in vroeger lijden ten anker zouden hebben gelegen.

Op