is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedverhaal van het verblijf van den beruchten graaf van Cagliostro, te Mittau; en deszelfs schijntoverijen aldaar.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1NLEID1IIG. 37

ren, uitmuntend verftaat(*) maar ook de verw „ van'tgelaat.den opfiag van het oog.dengangen el„ ke beweging des lighaams .geneeskundigteon„ derzoeken, om dat de gelaatkunde een natuurlijk „ gedeelte der geneeskunde is. Cagliostro fchijnt „ een menfchenkenner te zijn, hef zij dat deze vereeniging 'er een oorzaak van is, het zij iets anders, hij heeft onder anderen onzen^ „ grooten gelaatkenner Lavater zeer goed ge„ laatkundig befchouwd. De krankheeden, zegt „ hij, ontftaan vooral uit het bloed, en uitdes„. zelfs verdeeling, dit moet de geneesheer in ,, acht neemen. Wijl de geheele natuur aaneen„ gefchakeld is, zo moet de geneesheer dezel* „ ve kennen in alles wat zij bevat, en de Schei„ kunde moet hem nu tot ontbinding, dan „ tot famenvoeging, ten dienfle fiaan; ook , hier in fchijnt hij groote kundigheeden te bezitten Ct) daar voords alles op «lies werkt, waar onder niet onze aarde alleen, maar .ook ons zonnenftelfel verftaan moet worden, zo is ook de kennis van den in vloed van het geftamte eenen geneesheer on„ ontbeerlijk. Hierom heeft Cagliostro veel op

met

(*) Van deze meerling zijn in verre na alle geneesheeren niet.

(j\1 Dit wist hij zelve te verbreiden; doch hij was 'eü zeer onkundig in.

B 7 -