is toegevoegd aan je favorieten.

Mengelwerken, in dichtmaat en prosa.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ao DE DROOM EN DE

De naroem zoude in 't graf nog bloeijen? — Zóó hoog verheft zich onze waan!

Een Cato iterft, trotfeert de boeijen; En 't geen Marcellus dorst beftaan,

Wat Cefars roem onfterflijk maalt,

Heeft ook een Erofiaat behaald]!

Prijkt, helden! in historiebladen ;

Hoe grootsch gij fchittert, 't is flechts fchijn! Trajaan, met all' zijn gloriedaaden,

Zal ook niet langer eeuwig zijn, Dan Tkebe^s wijf op Venus troon, Die muuren bouwt van hoerenloon.

Den dooden kan het niet verblijden Dat ik zijn groote daaden weet;

Zoo min als hij kan honger lijden, Die fteeds aan volle tafels eet.

Zoo min als Baw, die gansch niet denkt,

En zich ook om geen droomen krenkt.

Wij