Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET

H O; L L A N D S C I I

BUURPR A A. TIE

N°. i.

Zatufdag den 16 Qüobtr 1784.

BAREND.

Goeden Avond, Buurman,hou ik nu myn woord niet, als een eerlyk Man; en pas ik niet trek' op de klok van zeevenen? G O V E R T. Ik meet dan zegjen dat je een Man van je woord bent; daar is een pyp, rook een reis, enfehuif wkt nader by 't yuur, want waariyk dien Ooften wind maakt het dan al vroeg winterachtig. BAREND. Ja wel en zoo wy nog zo veel Weftenwind moeten hebben van 't Jaar als wy reeds Ooflen hebben gehad, ftaa vaft dan Dyken en Dammen.

G O V E R D. Ja dan kondeVer wel eens weer bedroeft uitzien met ors Land; 't is waarlyk als*of het met ons een einde moeft neemen ; het eene oordeel is naauwlyks weg, of de voorbooden van het naaderende andere vertoonen zig ahreeds.

BAREND. ' Ja, dat magjenog wel eens zeggen GOVERD buur cn hét is "wel waar ook; wanr onze Runderen ftierven nog op onze ftailen, toen Engeland ons den eerlooften aanval des Waerelds deed, en onze Scheepen, Buurtje, wierden maar zoo wcereloos, j,enoomen en opgebracht cn nu is 1 et weer als of het fpul fpreekt, dat v/y ons aan de aanvallen van eens ander, aan die van den Keyzer namentlyk zien bloot j^efteld» G O V E R D.

Ja dat's waar, daar heb ik zoo iets van gehoord, weet uwe 'er ook iets naders van. .

BAREND.

De geruchten,Buur, zyn in die opzicht zoo verfchillende als dc. gevoelens over het gedrag van deti, Keizer verfchillende zyn; G O V E R D.

Ik heb je gevat, BAREND, en doe 'er hetzwygen toe,., maarmy

Sluiten