is toegevoegd aan je favorieten.

Onderwys voor kinderen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III. AFDEELING. 223

zyn blyven ftaan, of uit zaadjes, die'er't jaar te vooreu , uit diergelyke plantjes, op den grond gevallen zyn. Voor die bloemetjes heeft niemand eenige moeite genoomen ,noeh 'ereenig werk voor gedaan, en daarom mag ieder een ze plukken.

3*. O dat is goed Papa! laat ons daar naar toe gaan.

V, Kom aan. (Zy gaan naar de hei.)

y.ü zie Papa, daar ftaan albloempjes,mag ik die afplukken ?

V.]% wel,pluk maar toe. Hier zal niemand het je beletten, of kwalyk neemen. — {jfacüb gaat aan 'r plukken.)

J. O Papa! zy zyn zoo klein, en ik heb'er al zoo veel; ik kan ze niet in de hand houden,of ik zal ze bederven.

V. Wel, heb je niets om ze in te leggen ? — Bedenk eens.

J Wel Papa,ik weet niet.- Myn hoed? — Wil ik ze daar in leggen?

V' Welja, dat kun je wel doen;'t is van daag warm genoeg , om zonder hoed te kunnen gaan,terwyl de zon tog ook niet te fterk brand. (Jacob gaat voort met plukken.)

K4 %