is toegevoegd aan je favorieten.

Over de volksverlichting.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 167 )

heên verfpreiden, dat alles aanvuuren , alles een nieuw leeven inblazen , alles bellieren en alles vormen moet : gij gevoelt, dat gij flegts dan alleen gelukkig zijt , wanneer gij eenen treffenden glans van zuiver licht rondom u heên doet flraa» len • wanneer gij aan alles leeven gefchonken hebt, wanneer gij alles zijnen juisten vorm deedt erlangen. Vaart voord... vaart voord dus, fleeds even - ongemerkt , te werken zonder van uwe weldaaden een gedruisch te doen vernemen , ■ evengelijk de koesterende , de alles verkwikkende zon , uwe beeldenis! Wees even onvermoeid , als deze, en brengt alles in zijnen aart, even gelijk deze doet , tot eene volkomen rijpheid. Gedoogt niet, dat men u op een dwaalpad voere , wanneer de mensch , wiens oogen te zwak zijn , om deszelfs glans te kunnen verduuren , over het licht zoude mogen klaagen ; wan■neer de kinderen der duisternis over het zelve ■zouden durven raazen. Het leidt de zon immers nooit uit haaren kring , dat de kortzigüge voor .haaren glans de oogen fluit, en de roover eenen • eeuwigen nagt begeert ! Waant nimmer , dat de

Voor-