Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

544

w. c o X e

met twee andere meiren gemeenfchap bekomt, en in veel aanzienlijker ftroom voortloopt.

Het meir van La Sella in een ander gedeelte van den oostelijken keten , verfchaft haar de tweede bron, en de derde word door de fneeuw van den berg Feudo aangevoerd. Deeze drie oorfprongen vereenigd met een anderen tak, die van den Furca door de valleij Bedreto afdaald, vormen een groote ftroom, welke deszelfs loop zuidwaards neemt, vervolgens in het meir van Locarno komt, en na een gedeelte van het Milancefche doorkruist te hebben in de Po valt.

De oorfprong van de Reu/s is het meir van Locendro; een langwerpige waterplas van omtrent drie mijlen in den omtrek, het welk tusfchen de bergen van Petina en Locendro gelegen is, en word bijna geheel door de verbaazende ijsbergen die de kruin van den Locendro kroonen van water voorzien. De ftroom uit dit meir voortkomende vliet de valleij van St. Gothard af, en voegt zich in de valleij van Urferen bij de twee armen, die aan de eene zijde van den Furca komt, en aan den anderen kant van de bergen van het Graauwbunderland afdaald ; loopt vervolgens noordwaards in het meir van Lucerne, en van daar ftort zij zich in de Aar.

Met zinfpeeling op de tegenftrijdige loop van de Tefino en de Reufr zegt den Heer deBoufflers, dat men van den top van den St. Gothard in den Oceaan en de Middellandfche- Zee kan fpuwen. '

Eene kleine dagreis van hier is den oorfprong van den Rhijn in het Graauwbunderland; en omtrent op den afftand van drie mijlen die van de Rhone in

den