Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 74 >

maaid; of het regent eenige dagen, zoo dat het verrot, of vochtig op rooken gezet , en vochtig ingehaald wordt, waar door hel fpcedig aan het broeien flaat, en menigmaalen verbrandt.

Kees, mijn melkboer, ziet de zaak anders in, vlijtig flaat hij weêr, wind en luchtsgeftöldhtid gade, en laat mij door mijne meid, ais zij melk neemt, wel eens vragen, hoe of mijn weerglas ftaat, en welk weder het zelve voorfpelt ? Het gevolg hier van is, dat hij meest al zijn hooi droog en goed binnen haalt. Wie van deze twee handelt het verftandigst?

Ondertusfchen ind'cn kees al te ver ging, en volftrekt met onfeilbare zekerheid wilde weten, wat wêer net elke dag, en elk uur van den dag zijn zou, geduurende den hooitijd, zoo dat hij angstvallig geene maaiers te werk ftelde, fchoon het gras rijp was, voor dat hij volkomen was gerust gefteld, zouden wij hem dan niet voor een' zetskap mogen uitmaaken ? Is het hier ook niet: media tutisfimus ibis? de middelweg is de veihgfte?

Is 'er niet vrij wat Sijmpathie, tusfehen de natuurlijke en zedelijke Wereld? En op dien grond vraag ik verder; is het in het zedelijke we! goed en verliandig, indien men zoo dom te werk gaat, als jaap de boterboer? Doet men niet wel, als men met kees den melkboer zoo wat de teekenen der tijden gadefiaat? en naar de lucht en het weerglas kijkt? alleen, dat verftaat zich, ne quid nimis! geen bijgeloof ofte Superftitie!

Wel hoe? zouden ook hier zulke menfehen niet goed z'jn, die wat verder zien, dan de lengte van hun neus? Noemt men dat niet voorzigtigheid, voorziening, voorzorg enz., en behoort dat niet onder de deugden?

Ik wil het den grooten gellert niet bedisputeeren, dat het meer nadeelig dan voordeelig zou wezen, indien wij van onze toekomende lotgevallen, vooraf kennis en

be-

Sluiten