Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

♦C 211 >

In oude tijden was het de pligt van een vriend, het kwaad in zijn vriend te berispen, zelfs zonder in de majesteit het kwaad te gedoogen zonder beftraffing. Nu, dat zal nog wel zoo zijn, vleijerij is zeker ongepermitteerd? Of iemand moest bang worden, omdat het menigen ge. trouwen raadsman en berisper, die de waarheid fprak, zoo zuur is opgebroken, als den ouden p * e x a s p e s , die kambyses, vorst der Perfiaanen, zijne dronkcnfchap onder het oog hadt gebracht, en die deze trouwhartige vermaning, hoe pligtelijk zij ook ware, moest boeten met het verlies van zijn zoontjen, wïen de tijran, alleen om te toonen," dat hij niet dronken was, een pijl in het hart fchoot, en toen de borst liet openen, om den Vader te doen zien, dat hij wel gemikt hadt? Het geluKte altijd zoo wel niet, als in het volgende geval: don jan de IV. Koning van Portugal, was, volgends het oordeel zijner onderdaanen, een al te groote liefhebber van de jagt. Op zekeren tijd de ftad uitrijdende, om te gaan jaagen, vervoegde zich de Rechter van Lisbon hem te gemoet, cn na eene diepe buiging nam hij zijn paard bij den toom, en leidde het te rug naa het paleis, en de Koning bedankte hem naderhand, en matigde zijne zucht tot de jagt.

Het was de pligt van Romeinfche burgers, de wetten te handhaaven, en hunne rechten en voorrechten voor te ftaan, tegen ieder, die dezelven wilde ondermijnen of benemen. Dus geloofde junius brutus verpligt te zijn, om het koninglijk geflacbt der Tarkwijnen uit Rome te verdrijven, en dec brutus, de laatfte der Romeinen genoemd, meende, dat bij pligtelijk ju li us ces ar , die zich van het pezag hadt meester gemaakt, tegen de rechten des Raads en des Volks, van kant mogt helpen. Het is waar, de uitüag was ongelijk. De eerfte brutus Cc 2 tri-

Sluiten