Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 259 >

of fchelling den eed voor eenen anderen zag afleggen, en daarmede een ftuivertjen verdienen, zouden, zeg ik, deingezetenen van Nederland nog niet weten, wat een eed is? Het geen men toch dikwijls doet, leert men met den tijd wel kennen ! En zouden de overheden dit ook niet onderflellen, dat de ingezetenen wel weten, wat een Eed is? Zou men anders kunnen verwachten, dat 'er zoo veele eeden zouden gevorderd worden ?

Daar is bijna geen ambt, of bediening, of handteenng, of negotie of,., of... daar geen eed oP ftaat, en zou dan niet ieder één weten, wat een eed is?

En evenwel aan den anderen kant twijfel ik, of allen , die een eed doen, wel weten, wat een eed is! of zij wel met verftand overdacht hebben, welke omfchnjving van eenen eed de waare is, die der ouden, of die van

r a b e N er?

Indien de ouden gelijk hadden, zou men dan, bij voorbeeld, niet dienen te weten, wat men bezweert en dat ten minden eenigzins te verftaan? Maar, fchoon ik aan veelen, die ik ontmoet heb, van tijd tot tijd heb gevraagd: Wat is de oude Conftitutie, die gij bezwooren hebt? hoe veelen, denkt mijn Lezer wel, dat in ftaat waren, mij daarvan eene voldoende verklaaring te geven? Zouden alle geestelijken, bij de aanvaarding van hun ambt, de formulieren, die zij ondertekenen, verftaan, en het daarmede ééns zijn ? Zouden alle advokaten , kooplieden , bakkers, grutters, molenaars en alle foorten van lieden, die op hun beroep of bediening een eed moeten doen, ook weten, wat of waartoe zij zich bij dien eed verbonden ? En zo niet, moet ik dan niet weder denken, dat mijn vriend ra ben er gelijk heeft?

Bij. de oude Israëliten, en Grieken en Romeinen, toen de eed nog eene heilige en godsdienftige plegtigheid was, li 2 oor:

Sluiten