Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 133 )

'« Aerdryk verblydt zich dit uur , gelyk zich verblydt ccne Weduw,

Die 1111 haar tweeden Beminden omarmt, En meer befcheiden verheugt ze zich, en , daar ze kust haaren Bruigom,

Denkt zy des eerlr.cn omhelzingen na.

Wat was hy, denkt ze , niet iehoon, ach, hy , myn ccrüe Geliefde !

My kust myn eerfte Beminde niet meer! Die my thans teder omarmt is niet myn ecrfle Beminde,

Die my de liefde en gevoel heeft geleerd.

Zoo zucht zy, heim'lyk in (liltc, alleen; de magtige liefde Lenigt den kommer, en ltrcelt haar nu weer:

Zoo ook toont de Aerde haar blydfehap.wanncer zy denZomer inag voeler.;. Doch haare wellust is itülcr, dan eer.

I!y, dceze hcerfchcndc Vorst, maakt thans verborn! met de Zonne,

Die met geweldiger Itraalcn ontbrandt, Zoo dat haar hectcre gloed de vrugtbaare Akkers doet frlyten,

Die met den zegen der Lom zyn gelaên;

tm het gczeüige Wild van Velden, die 't certyds beminde,

Vltigt in '1 nabuurig belommerde Bosch, En, dorstig,hygend , cn mat, vast hcenen ylt door de Velden,

En zoet-verkoc!endc Beekjes zich zoekt;

R „ Dat

Sluiten