Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

X 228 X

,, had, zulk een hardnèkkigen wederftand te bieden ,, aan een zo wel geöeffend leger, eh het welk zo ,, wel van gefchut voorzien was, als dat des Konings ,, van Pruisfen."-'

Toen ik my den 21 january 1796, benevens allé de Franfche Generaals, die als toen te Parys waren , by Bonaparte aan het hotel van den gencralen Staf des inwendigen legers bevond, ten einde aldaar den eed van haat aan het koniugfehap af tö leggen, en my vervolgends met de overigen naar het veld van Mars te begeven, om 'er met het Uitvoerend Bewind , de Ministers en alle de Ingefteldc Magten by het feest, ter gedagtenis van den dood des laatflen franfchen Konings, tegenwoordig te zyn, maakte de Generaal Beurnonville op eene niet min edele, als bevallige wyze van-deze gelegenheid gebruik, om in het byzyn van alle deze Generaals het uitftekend getuigenis tc herhaalen , het welk hy my reeds te vooren gegeven had. En het geen myn genoegen nog aanmerkelyk moest vergrooten , was, dat* de Generaal Beurnonville by zyne komst in den Haag my op eene officicele wyze nogmaals het zelfde getuigenis gaf, gelyk dc Burger Bleker , verfcheiden leden der Commisfie van buitenlandfchc zaaken , en van het Bataafsch Gouvernement, als mede de Burger Pyman , als toen in het Committé van het Bondgenootfchap te Lande zitting hebbende, my wel hebben willen te kennen geven.

Dusdanig een getuigenis werd van my nog boven dien op eene officiële wyze door den Minister van Oorlog van het Fransch Gemeene-best, Aubert Dubayet, aan de Burgers Meyer en Blauw t gevol-

mag-

Sluiten