Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 39 )-

hoorli'jk natedenken, of zij gegrond , .gcwirtig en overtuigend; of zij wel naar liet kinderlijk verftand gcfehikt; kortom, of zij in alie opzigten de besten zijn. Dus zijn dan, mijns oordeels, alleen zulke oogenblikken tot berisping dienftig , wanneer opvoeder en kweekeling , beiden , bedaard en daardoor in ftaat zijn tot nadenken , terwijl deze berispingen zélve kort , nadruklijk en dringende behooren te wezen."

,, Voor het overige, heb ik bij aanhoudendheid ondervonden, dat de beste werking op de overtuiging en het hart der kinderen, alleen door den voordrag^ van gefchiedenisfen, kan worden te weeg gebragt. Door dezen fielt hunne verbeelding hun de handelende perfoonen zo leevendig voor, als of zij voor hunne oogen ftonden; zij bezeffen de gevolgen van onedele geneigdheden en handelingen; zij worden door voortreflijke charakters zo zeer bekoord , dat dez?n hunne gcheele achting wegdragen, terwijl zij tegen de eerften een afgrijzen opvatten. Nimmer verlieten zij mij bij zulk eene gelegenheid, zonder het wezenlijk voornemen , om aan dit minnénswaardig beeld gelijk te worden. Tot dit oogmerk is het mij altijd gebleeken, dat eene wandeling bijzonder gefchikt is. Zodra men Kinders in de open natuur heenleidt, ontwaaken de leevensgeeftcn, als uit eene ftuimering, en men vindt alsdan gcfchikte voorwerpen genoeg tot een leerzaam onderhoud. En, al mogt zich daartoe geene bekwaame gelegenheid opdoen, behoeft men Hechts ongemerkt eene vertelling te beginnen, 'welke men de Kinderen laat herhaalen, nadat men hen in de omftandigheden der C 4 be-

Sluiten