Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 241 )—

meest van dienst zijn? Is hij blode en fehierlijk vervaard? Doet hij alles met drift? Is hij zomwij len opvliegend en toornig? Gaat zijne drift met verftand gepaard, of is zij verftandeloos? Is hij ftandvastig of eigenzinnig — toegevend of hardnekkig?

Is hij befluitloos, overwegende de zwaarigheden, zonder eenig middel uittevinden, om dezelven wegteruimen? Wordt hij daardoor moedeloos en onwe'rkzaam, of gaat hij echter voord, zonder den juisten weg te vinden? Of is hij vaardig in zijn befluit en onuitputlijk in hulpmiddelen, en weet hij alle zwaarigheden te verhinderen? Handelt hij in 't openbaar met openhartigheid en moed, of gaat hij alleen in 't geheim met zulk een doorzicht en ftandvastigheid te werk, dat hij de zaak ongemerkt ondermijnt of tot ftand brengt? Of heeft geen van beiden plaats: ziet hij geene zwaarigheden en heeft hij geene middelen tot herftel bij de hand, of is hij dom en onbedachtzaam?

Alle deze vraagen zal de rechifchapen Man, die verftand met oordeel paart, de ondervinding zorgvuldig te baat neemt, en alle verkeerde eigenliefde en vooröordeelen verbant, zich zeiven kunnen beandwoorden, en daardoor, langs eene reeks van gevolgtrekkingen, de waarheid vinden. De verftandige zal op dezen weg licht genoeg fcheppen; doch hij, die eenigzins bevooroordeeld is, zal overal duifternis ontmoeten. Van hier, dat men veelerleie oordeelvellingen der menfehen niet vertrouwen kan, maar zelf rijpelijk moet beproeven.

Q 3 §. 5*.

Sluiten