Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tampen hunner Broederen niet aantrokken: dan, zo min het een vreemd verfchijnzel is, iemands gevoelens en daaden verkeerdelijk uitteleggen, zo min ïs het te bevreemden, dat men ook deze befchuldiging den Stoïcijnen heeft te last gelegd, terwijl men hun zamenftel niet begreepen heeft. Hoe zeer Stoïcijn en een ongevoelig mensch, onder ons, woorden zijn van dezelfde , beteekenis, is ,'er echter volftrekt niets ongegronder, dan zulk eiJne aantijging, 't Is de waare jlerkte van geest, welke zij aanpreezen en zeiven trachtten te beoefenen. Laat ons den uitmuntenden Seneca hieromtrend raadpleegen; zijne woorden zullen dit genoegzaam bevestigen. „ Wij behooren ons zoo te vormen," zegt hij, „ dat wij de veelvuldige gebreken van het Gemeen, niet zo zeer in een haatlijk, als wel in een belagchelijk licht befchouwen, en liever Democritus, dan Heraclitus, naarvolgen. Delaacfte fchreide altijd, zo dikwijls als hij zich openlijk vertoonde: de eerfte lagchte. De laatfte befchouwde alle de menfchelijke bedrijven, als befchreienswaardige ellenden: de eerfte merkte ze aan als dwaasheden, om welken men lagchen moest. Men moet aan de waereldfche zaken niet te zwaar tillen: maar rustig van geest blijven, te midden van alle de onrust. Het komt met den aard des menschdoms beter overeen, het leeven te belagchen, dan te beweenen. Ook maakt hij zich bij het menschdom verdienstlijker, die hetzelve belagcht, dan die znlks befchreit; want hij , die het belagcht , geeft

nog eenige hoop te kennen op deszelfs verbe-

tt-

Sluiten