Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 468 )-

Kruijer, die toevallig zekere fraaie kas gezien had, en des avonds in de herberg fnoefde , dat hij de geheele verzameling, welke daarin zoude geplaatst worden , van fluitje tot beetje bezichtigd had : maar , waarom zoude niet ieder, die het gebouw van buiten aanfehouwt , even veel recht hebben , om te zeggen , dat hij het Kabinet van binnen gezien had, als een ander, die, zonder, kunde of fmaak, zich voq'r zijn dukaat een geheel uur heeft laten rondleiden ? Beiden immers hebben zij even weinig verricht, om hunnen fmaak te vormen; hun oog aan fchoonheid en hun hart aan een fijn en kiesch gevoel te gewennen ; de afbeelding der hartstogten waartenemen ; dat gene, welk de Kunftenaar van de Natuur ontleend heeft , in de natuur te leeren wedervinden , en zich daardoor in de hoogachting en liefde te verfterken jegens Hem, die zulke Goddelijke vonken in den mensch verfpreid heeft , waardoor hij , fchoon flechts mensch, een Schepper wordt. Beiden behandelen zij de fchepping van den Kunftenaar op dezelfde wijze, als de meefte menfehen de onuitputlijk fchoone fchepping van God gewoon zijn te behandelen; zij zien baar?, zonder eenig het minfte gevoel van haare wording of'kracht.

Met het bezien van natiirnlien - Kabinetten, gaat het mogelijk nog erger. Meer dan eens, was ik ooggetuige , wanneer zich een voornaam Reiziger liet aandienen , om iet dergelijks te bezichtigen. Hoe zeer ik de reden zijner komst verlangde te weten, was ik echter buiten ftaat, dezelve te bevroeden. Alles was hem geheel nieuw : alles was voor hem ten

ui-

Sluiten