Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 506 )-

fchien , door eene vlugheid van denken , de eene gedachte met de andere, en haare zinfpeeliagen zfn veeltijds of geöutrecrd, of te weinig toepasfelijk. — Onze meefte fchrijvende Vrouwen fchijnèn het onderfcheid tusfehen Natmir en fchoone Natuur niet te vatten. — Zij dichten als Hoogvliet, en vervallen , met hem , van de eene bloem in de andere , zonder iet wezenlijks , betreklijk haar onderwerp, in zoo veele regels te zeggen ; en , echter , is het voor 't fchoone der kunst zeer noodzaaklijk , dat de Dichter verband aan zijn onderwerp geve. — Giet de meefte vaerzen onzer Vrouwen in onrijm over , en men zal bevinden , dat zij een onverftaanbaar proza opleveren. Gessner was een groot Man: mogelijk fchept de Natuur, in veele jaaren, geenen zoo grooten Dichter. Zijne fchriften, zijn, in hun vak, boven allen lof, en ook boven alle critique verheven: dan , het zijn, echter, de fchriften van Gessner, die, omdat zij al te fijn fchilderen , veel nadeel aan den fmaak van Vrouwelijke geniën hebben te weeg gebragt. — Ieder haarer wil Gessner volgen, en zij vervallen dikwerf in het zwellende van Hoogvliet.

't Gene ik hier ter nederftelle , heb ik rondborftig aan mijne Vriendinnen verklaard. Zij waren 'er een weinig over geraakt ; doch mijne rondheid kennende, was de vrede tusfehen ons fchïerlijk geflooten, en ik beloofde haar, U , mijne Heeren , in bedenking te geven , of het niet nuttig ware, dat Gij het lezend Publiek uwe gedachten mededeeldet over het eigenlijke fcheone in de Dichtkunst; waat de meefte werken,

Sluiten