Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III.

VADERLIJKE RAAD

AAN

M IJ NE DOCHTER.

{Vervolg van II. D. bladz. 410.)

J^a eenige voorafgaande aanmerkingen, betreffende de opleiding tot een nuttig leeven, verplicht mij ook de zorg voor uwe waarachtige genoegens, om u mijnen besten raad medetedeelen nopens het onderwerp der fchoone Kunften, waarvan ik te voren , reeds met een enkel woord , gewag maakte , en wel no. pens de vraag: of een Meisje van uwen ftaat zich op de fchoone Kunften in 't algemeen, b. v. Mufiek, Teeken- en Dans-kunst , mag toeleggen, of niet? en zo ia : tot hoe verre, en onder welke voorwaarden baar deze kunstbefchaaving kan toegedaan worden?"

En welk mensch van gezonde zinnen zal de eerfte dezer vraagen ontkennender wijze beandwoorden f Immers, zo lang dergelijke oefeningen binnen de behoorlijke paaien bli ven ; zo lang zij altijd tot een voortreflijk oogmerk gericht, en verftandiglijk beftuurd worden, zijn zij even beftaanbaar met de noodzaak-

lijk

Sluiten