Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-( 558 )-

helet niet, dat de Overheden , naar mijn gedachte , behoord hadden , hierop bedacht te wezen , en die gebrek aan opzicht te verhoeden , of immers naderhand te verhelpen , en dit vervallen deel der openbaare tucht aan andere werkzaame handen verlrandiglijk optedragen. Oan , hoe is het nu hiermede gelegen ? De Politieke» hebben zeiven het opzicht over 's Volks zeden. Eenige weinige Mannen , die hoofd en handen vol hebben , moeten nu een ambt waarnemen , waartoe , om hetzèlve eenigerrnate wel te verrichten , beftendige oplettendheid , waakzaamheid , ja , meer dan Argus oogen, vereischt worden. Het is zo : zij bedienen zich hiertoe van de hulp van anderen. Maar kunnen dezen het werk behoorlijk af? Nemen zij hunne posten getrouwlijk waar ? Zijn zij luiden van beproefde rechtfehapenheid? — want anders is te duchten , dat de Zeden des Volks hoe langer zoo Hechter zullen worden. — Ondertusfchen konde 'er , zelfs in dezen ftaat van zaaken , meer gefchieden , dan men werklijk ziet verrichten. Men kon zich , gewislijk , meer bemoeien met de openbaare huizen , welken tot vermaak en wellust van het Volk , inzonderheid van het Gemeen , beftemd zijn. Men konde de brooddronkenheid, losbandigheid , het zwelgen , en de dronkenfehap meer beteugelen. Men konde de aanleiding tot ontucht eenigzins bepaalen , niet alleen , door in de openbaare hoerhuizen merklijke veranderingen te maaken , maar inzonderheid ook , door de verregaande befchaamdheid van ontuchtige vrouwlieden , die langs de

open-

Sluiten