Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■C3)-

zelfde wijze , werken ; dat zommige voorwerpea veel vreugd of finarte , anderen weinig, zommigen beftendige, anderen flechts oogenbliklijke vreugd of fmart veroorzaaken ; en dat wij gevolglijk, om gelukzalig te kunnen zijn , de waarde en onwaarde der dingen kennen moeten. — 4.) Dat wij niet alles te gelijk genieten kunnen , en derhalve, de regels moeten kennen, naar welken wij onze keuj moeten beftuuren. — 5. Dat de dingen,iwelken on* fmart of vergenoeging verfchaffen , op zichzelven, of ook door de wijze , waarop wij die genieten , met elkander zo wel , als met den wil van andere wezens, waarmede wij in de eene of andere betrekking flaan, dikwijls in ftrijd geraaken, waarin wij het ééne vergenoegen aan het andere opofferen , of een gering misnoegen ondergaan moeten; ten einde daardoor een grooter misnoegen van ons aftewenden , of een volkomener vergenoegen te erlangen, en dat wij ook hiertoe kennis nodig hebben. — 6.) Dat het niet genoeg is, zaken , welke ons vergenoeging verfchaffen kunnen, te kennen; maar dat men , daarenboven ,vatbaar ziin moet,om deze!ven te genieten: dac ons gevolglijk de kennis van dat geen, welk ons ter genietinge der gelukzaligheid vatbaar maakt, onontbeerlijk is.— 7.) Dat wij dikwerf ons zeiven eena vergenoeging, of het middel daartoe, of wel de geheele gefchiktheid daarvoor, doen verliezen: dat du» de kennis van zoodanige gebreken, en van de wijze , om ons daarvan best te genezen, eene onzer voornaamfte behoeften is. — 8.) Dat wij vaak kennis bezitten , en echter niet fterk genoeg zijn, om A 2 »ns

Sluiten