Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 146 )-

de gelegenheid, en de voordbrengzelen dezer Volkplanting, befchouwen ; ten tweeden, dat wij dieper landwaards intreden, om het beftaan van alle de Volkplanters te bezien; en , eindelijk , ten derden, dat wij daaruit opmaaken , voor welke verbetering deze aanzienlijke Colonie, zo ten aanzien haarer lnwooners, als der Oost-Indifche Maatfchappij, en ten opzichte van ons Vaderland zelve, nog vatbaar zoude wezen.

Tot een aangenaam onderhoud voor hun, die met mij deze reis willen afleggen, zal ik kortlijk melden, dat deze zuidelijke Uithoek van Afrika, het allereerst, door de Europeaanen is gezien; naamlijk door die eerfte Portugeezen, die, in de vijftiende eeuw, onder Don Vasco de Gama gezonden waren, om Oost-Indien te ontdekken; zij kwamen in't flechfte faifoen, gemeenlijk van Maij tot September , wanneer het hier geweldig ftormt, bij dezen Uithoek; het Bootsvolk begon verdrietig te worden en te morren, en noemden dezen hoek de Stormkaap; dan, hunne Bevelhebber, een man van meer doorzicht, kans ziende, om deze Kaap teboventezeilen , en dus hoop hebbende op meerder en beter ontdekkingen, noemde haar in de Portugeefche taal, Caba de Bona Esparance, in 't Nederduitsch, Kaap de Goede Hoop, welken naam zij , zederd haare vermeestering door de Nederlanders, tot heden toe, heeft blijven behouden.

Al praaiende , geraaken wij verder, voorbij de Vlaamfche en Zoute Eiianden, fnijden den Wagenweg, pasfeeren de Linie en Keerkring, en zien, eindelijk, het zuidelijk Voorgebergte van Afrika. Laat ik, zolang

Sluiten