Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ii Dan waardeer ik 't heil, dat 'k in den kerker mis. Dan word mijn minnend hart gefcheurd, vaneengereten ,

Dan voelt uw Echtgenoot, wat hem zijn E^a is! Ja, tedre hartsvriendin, dan word mijn ziel verdorden:

Zoms zink ik in mijn ïol ia domme wanhoop neer!

Dan herleeven voor mijn ziel mijn vroeger Honden —

En ach! dit denkbeeld wordt een beul en foltring wéér! 'k Herdenk nog vaak den tijd, nu met mijn heil verdreven,

Toen ik u 't eerde zag, u zag en u aanbad — Toen , buiten u alleen, ó leeven van mijn leeven!

Het grootsch heela'I — natuur — voor mij geen fchoonheidhadi 'kVoel dan nog 't zelfde vuur in mijnen boezem branden,

Dat heilig vuur, dat ons onfeheidbaar heeft vereend! *k Herinner mij mijn kroost — die tèdre liefde - panden,

En dan is 't, dat mijn oog de heetde traanen weent 1 'k Zie hen aan uw zij in droefheid weggezonken:

Zij weenen om 't gemis van vader en van vriend: Gij fchreit om een gemaal, in ketenen geklonken;

Hoe grieft dit niet de vrouw, die op het teerst bemint! Toelt gij die ijslijkheid ten hoogden trap gerezen?

Voelt gij dat moordend wee, 't geen mij de ziel doorfnijd? En fchoon ik moedig was — fchoon 'k held en man konwejen.

Stel ik mijn glorie niet in ongevoeligheid. Gij en mijn vaderland kunt traanen mij ontrukken:

Om u is 't, dat mijn oog een traanen - vloed ontvli^l.: Ik voel nog noit den boei mijn' ftramme handen drukken,

Ban , als mijn oog op ü — mijn Kroost --- en Neerland ziet. 1

Sluiten