Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—C 321 >r

weder begeerte naar toonen; en dus wordt het huif fchieriijk gewoon , Koffij te zien drinken, zonder 'er zelve ook van te gebruiken. De grooten denken 'er niet eens meer aan , terwijl ik hun met de reden van mijn gedrag, langzaamerhand, bekend maake. Ik wijze hun het fchaadelijke dier gewoonte aan , en, hetgeen ik hun geduurig over de onnoodige behoeften zegge , ftaat mij borg , dat zij > eens hunne eigen meefters zijnde, dezelve geenzins zullen naarvolgen.

Het derde artikel betrof het vleesch-eten. Aan de dienstmaagd is het ernftig verboden , den Kinderen vleesch te geven, terwijl ik haar de reden ook heb doen begrijpen , waarom ik hun hetzelve niet toe kan ftaan. Ik weet we!, dat het huilen van een lief Kind eene goedhartige dienstmaagd ligt kan overhaaien , om het alles te geven, als het zich dart maar ftil wil houden : maar ook deze zwaarigheid kan ik wegnemen, door het Kind , eenen tijd lang , een afkeer van het vleesch inteboezemen. En niet» is ligter. Toen Keesje de eerfte keer den inval kreeg , om vleesch te eten, toen was het, lieve Kind, dat kunt gij niet eten! maar zich dus niet af latende wijzen , gaf ik hem een ftukje , dat ik eerst met peper beftrooid had. Na dien tijd taalde hij naar geen vleesch : ja, Gij zoudt 'er hem de kamer mede uit hebben kunnen jagen.

De uitvoering van het vierde en vijfde artikel, de afgemeette portien betreffende, ftaat geheel aan den wil der Ouderen, en rust op dezen regel: men

moet

Sluiten