Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 19

En daar, zo als mijn vorst van alle kanten hoort, i Uw deugd, uw minzaamheid den eedlen graaf bekoort, , Acht hem Farnefe hoog, en zal hem hooger achten, ! Zo 't Waar is dat zijn hart naar uw bezit mogt trachten. ' 't Zij echter verf van mij, dat ik u vergen zou ' t Geen nooit wellevend man moet vergen van een vrouw, 1 Dat is, dat hij haar verg', geheimen hem te ontdekken, 1 Die niemant dan 't beminde ooit moet aan haar onttrekken. 1 Intusfchen, daar mijn prins uw deugden hulde doet, 1 Keurt hij, zo gij bemint, uwe eedle neiging goed, 1 En zal, mits gij 't begeert, door mij uw voorfpraak wezen 1 Bij alles wat uw liefde in 't minst fleehts kan doen vreezen.

DONNA DIANA.

"k Ben dankbaar voor deze eer. Hoeveel bied gij mij aan! 1 Ik heb alleen, mijnheer, mijn'kinderpligt voldaan, 'i't Is waar, de dapprc graaf vereert mij met zijne achting; JMaar mijne keur... helaas! die is van geen verwachting: AMijn keur hangt van de keur eens vaders billijk af. CDie mij voor Rennenberg nooit blijk van achting gaf.

ALVARO.

GGij dwaalt: hij acht hem hoog, zo hoog als wij hem achten; JMaar kunt gij, zo ge al minde, ooit van uw' vader wachten lüat hij de hand zijns kjnds zal fchenken aan den man CDie Rome en Phiips vervolgt, om Nasfaus vloekgefpan? DDoch 't voegt mij niet, mevrouw , in uwe omftandigheden, EEn huisfelijk gefchil van uw geflacht te treden; tt Is echter van mijn* pligt, daar uwe deugd ons bleek, B 2

Sluiten