Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-C 108 )-

welken hij ongemerkt van haar ontvangt, wederkeeng te vedelden , als eene nenigte van gen.ngcen te fmaaken , welken zij anderszins gereedelik aanbiedt. Hoe ligt derhalven vervalt hij tot e,nen weglijken menfchenhaat, zonder dat hij hen, welken h.j veroordeelt, immer behoorlijk heeft leeren kennen !

30 Een al te leevendig en tevens Wanfehapen Se: voel van de bekoorlijkheden der natuur. Zoo weldadig en zielroerende de gewaarwordingen 2ijn welken ons Goo voor de fehoonheid , de pracht' en orde z1Jner werken heeft ingeboezemd , zoo bu.tenfpoorig en belagchlijk moet ons de mensch voorkomen, die , op het gezieht van een bloempje, b,j het fchiinen der maan, bij een ruifchend beekje, en bij alle zoortgelijke tooneelen, geheel verrukking wordt, die over een verwelkt roosje of bloemknopje fchreit , en een geftorven kanarievogeltje maanden lang betreurt. Alwie een hart bezit vatbaar voor het fchoone en bekoorende der natuur' moet zich allerzorgvuldigst in acht nemen, om iret tot dergelijke dwaasheden en kinderachtigheden 'te v««llen. Misfchien heeft de liefde , en ons eigen l.gchaamsgeftel, aan dit gevoel geen gering deel , terwijl de ondervinding leert , dat de lente op de aandoenlijkheid van veele menfchen eenen geweidi cbgen rnvloed heeft , en het zinlijke de JL meermaals het verftand doet zwfgen.

40 Het lezen van Romam. 1[ebben ^ woord.ge dagen veel meer aandoenlijke helden e« dwaafen opgeleverd, dan de voorigen, het aanhou-

dend

Sluiten