Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

—r 227 )—

beroofd zou blijven. —i Maar zij, die mij nimmer" rust laten , als zij mij in bezetting kunnen krijgen, (want, zo het mooglijk is, ontvlucht ik hun, zelfs op ftraat , door, als ik hun aan zie komen , een grachtje om te wandelen , of door een kleen fteegje weg te fluipen) zij, zeg ik , die, als zij mij van verre naderen , reeds met de hand door alle hunne zakken fnuffelen , om mij het laatfte wonder van hun brein, dat zulke wezens gemeenlijk een tijd lang met zich rond voeren, voortelezen, mij daartoe in een Koffijhuis infleepen , met zich naar huri huis troonen , of mij , aan het mijne, de eer van hun gezelfchap voor eenige uuren opdringen ; zij zijn het, welken ik bedoele , en ter wier verbetering ik wenschte , dat Gij zoowel de kinderachtigheid, als het lastige, van hun gedrag eens in een helder daglicht plaatftet. Gij zoudt zeker der Maatfchappij hier mede dienst doen, al wierd daardoor maar één enkele dier , in hun eigen oogen boven het gemeen ver uitftekende , vernuften tot op de helft bekeerd: en hieraan is niet te,twijfelen, hoezeer het op zich zelf onmooglijk zij, den geheelen zwerm dier Narcisfen tot inkeer te brengen. Een zedenfchrijver, die zich toelegt, de gebreken te verbeteren , moet , en kan zich vleien , dat hij, door zijne overtuigende voorftellingen, bij zommigen flaagen zal; maar hij bedriegt zich zeiven, zo hij waant, het onkruid met tak en wortel alom te kunnen verdelgen: dit laatfte echter moet hem niet affchrikken , terwijl het eerfte hem recht

geeft

Sluiten