is toegevoegd aan uw favorieten.

Vier verhandelingen. Over eenige gedeelten van de Nederduitsche taale.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

222 VIERDE

ïk tref, ik trof, getroffen. Ik trek, ik trok, getrokken. Ik verberg, ik verborg, verborgen. Ik vergeld, ik vergold, vergolden. Ik verheel, ik verkool, verhooien. ■ Ik verkerf, ik verkorf, verkorven. Ik verkrijg, ik verkreeg, verkreegen. Ik verlies, ik verloor, verkoren. Ik zier werf, ik verzvorf, verworven.

De Heer Ten Kate fchrijft, flierf en fiorf, verwierf en verzvorf, onder zijnen'Vierden Rang der Werkwoorden'.

De Buiging van Kerven., Sterven, Verkerven, Verwerven en Werven, die ik hier opgeef, meen ik, dat Vondel meest altijd (in de Toonendc Wijze) gebruikt heeft, niet, ik ftierf, ik verwierf. Hij vermijdde dit zelfs, daar hij het anderszins ongedwongen konde doen. Zo leest men in zijne Poëzij, 2 d. bl. 106,

En 't brein des Helts, die (Teer verzvorf,

Dat hij al flaende in 't harnas florf.

Ik vlied) ik vlood, gcvlooden. Vlieden,

vlug.