is toegevoegd aan uw favorieten.

De genees- en heelkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HEELKUNDE. *t?

door dikmaals weinig geloosd wordt, fpant de koonen op, en vernietigt den uitflag van 't aangezicht O). Wanneer dezelve een filtig vocht looft met koortfe, wordt de lijder zeldzaam met luftloosheid en flaapluft overvallen, (b \ Galzuchtigen wier afgang onregelmaatig bevonden wordt,en die weinig kleene klootswijze ftof, die teffens lijraig is, loozen; en zo 'er zich pijn tot den onderbuik uitftrekt, en de pis niet gemaklijk afgaat,hellen naar de waterzucht, Cc). In het zij iewee, borftöntfteekinge en veretterde longen, is een veelvoudige afgang kwaad; maar in't tegendeel goed in de water-, milt-en flijmzucht, (V). Die door den buikloop fchuimachtige uitdijgzels looft, dien gefchiedt de vloeijing uit het hoofd, ( e ). Slijm - en galachtige afgang brengt ettergezwellen achter de ooren voord, ( ƒ ). 'Er fchijnt eenige overeenkomft tusfchen de ooren en den aars te zijn; aangemerkt gallige afgang de doofheid en de doofheid weder den afgang ftilt,(g), ia galligen en onvermengden afgang is een fchuimachtige roos, die naar boven opbreekt, en bij de Grie-

ken,

( a ) Coacoi. Praejiot. § 6;o,

( b ) Ibidem § 616.

( c_) Ibidem § 641,

Cd) Ibidem. § 455, & 644.

(O L'tH- ï. de Morb.

Cf) Aphor. 30 Seft. Vil.

Cg J Coacor. Pramor. § 622, & $26.