is toegevoegd aan je favorieten.

Het Oude Testament.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

üaS het eerste boek

9. saul, uitgegaan, om zijns vaders verloren ezelinnen op te zoeken, komt bij saMuéx, en wordt, ah van God tot het Koningrijk bejlemd, door samuöl , met tekens van onderfcheiding, ontvangen.

Hoofdfl. Ten dezen tijde leefde 'er een man van ver» ps X. mo§en> z'jndé uit den ftam van Benjamin, met naame Kis, een zoon van ABiê'l, zoon van zeror, zoon van bechorath, zoon van afiü, welke laatfte een zoon van een' Benjaminlter 2. was; deze kis hadt een' zoon, saul genaamdf, een' zoo fchoonen jongeling, dat 'er onder de Israëliten geen fchooner gevonden werdt, hij was ook, in grootte, een hoofd langer dan het 3< gantfche overige volk. — Bij gelegenheid, dat 'er eenige ezelinnen van kis, sauls vader,verloren waren geraakt, geboodt kis zijnen zoon saul, om éénen van de knechts mede te ne-

4. men, en de ezelinnen te gaan zoeken. — Met dit oogmerk ging hij het gebergte van Efraïm, en vervolgends het landfchap Sajifa j door, zonder ze echter te vinden. — Vervolgends gingen zij de landftreek Sa'dlim door, doch vergeefsch; toen verder door het land van Benjamin, even

5. vruchteloos. — In het landfchap Zuf gekomen zijnde, zeide saul tegen den knecht, dien hij bij zich hadf : „ Laat ons flechts naa huis „ keeren ; mijn vader mogt zijne zorg van de „ ezelinnen aftrekken, en om ons bekommerd

,, wor-