is toegevoegd aan je favorieten.

Over den oorlog der Peloponnesers en Atheners.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EERSTE BOEK. 91

jS oogen gadeflnat, waar over wy thans raad„ plegen, zal bevinden dat hy niet onder de „ kleinfte zóu moeten geteld worden. Tegen „ de Peloponnefers en onze nabuuren zyn wy „ wel in macht beftand, en kunnen hun fchielyk op den hals komen , maar tegen Man„ nen, die met ter woon ver af, en daar by „ nog ter zee allerkuudigst zyn, van welken ,, doorgaans ieder burger zo wel als de Staat ,, zelf zeer ryk is, die van fchepen, paarden, „ wapenen, ja van alles by uitftek wel voor„ zien zyn, en in volkrykheid alle andere dee,, len van Griekenland te boven gaan ; die „ daarenboven nog veele cynsbaarc bondgc. „ nooten hebben; hoe kunnen wy tegen dee,, zen zonder zwaarigheid den oorlog aanvan„ gen? Waarop verlaaten wyons, om geheel onüitgerust hen aan te randen ? Op onze ,, fchepen ? Hierin zyn wy de zwakfte. Of ,, zullen wy ze noch eerst uitrusten en in den „ vereischten ftaatvan tegenweer flellen? hier ,, mede verloopt de tyd. Of is het op ons ,, geld? Hier in zyn wy noch veel verder ten „ achter, en hebben het noch in de fchatkist, „ noch kunnen het uit onze eigen goederen „ fchielyk genoeg byeen brengen. ,, Mogelyk verlaat zich iemand hier op, dat

» wy