is toegevoegd aan je favorieten.

De eenzaamheid beschouwd met opzigt tot den geest en het hart.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET 0PZI6T TCT DEN GEEST EN HET HART. 167

welk afgelegen volk weet men, dat gy in wezen zyt ? Waarom predikt gy altyd uw nil admirari ? Waarom tragt gy al wat goed, groot en verheven is, te bezwalken, waarom anders, dan om dat gy uwe geringheid en uwe armoede gevoelt? Zoekt gy misfchien de goedkeuring van eene zwakke en onbefcheiden menigte, wyl voor het overige geen mensch u agt ? Indien gy eenen duurzaamen lof veragt, om dat gy niets loflyks wilt doen, zal de naam, dien gy belachlyk wilt maken, blyven, cn de uwe in de vergetelheid raken.

Roemzugt is natuurlyk en geoorloofd onder lieden van zo weinig gevoel en oordcel. Doch men beroept zig op hen niet; maar wel op verftandige en onzydige, dcugdzaame en onbekende zielen, voor dewelken alleen men zig uit de menigte red, en welker hart zig ontwyfelbaar voor den fchryver opent, wanneer zy zien, met welk een vertrouwen hy wenscht, zig in hetzelve uitteftorten. Om zulke goedkeuring te verwerven , zoekt men de eenzaamheid. Behalyen «legeenen, die hunne naamen op de wanden en glasruiten fchryven, fchynt niemand my minder voor roem geboren, dan die alleen fchryft voor de ftad, in welke hy woont, Hy, die, zonder lid van een genootfehap en van eene akademie te zyn, onder zyne medeburgers roem zoekt te verwerven, is een dwaas, die op eenen rot-? L 4