is toegevoegd aan je favorieten.

Geschiedenis van graaf Willem van Holland, roomsch koning.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

s&S Tweede Boek.

fchouderen , een' bepaalden affland ver$ wd* insgelyks een Vorftelyke en Ridderlyke ftraf, die Frederik I. weder in gebruik had gebracht, en waarmede de misdaaden der aanzienlykften in het Ryk, vooral der verbreekeren van den Landvrede gewrooken wierden. Mindere overtreedingen der Vorften wierden met boetens, die veeltyds ioo Pond bedroegen, beftraft.

Behalven deeze doorluchte Rechtsbank hield de Keizer menigmaalen een Ryksgericht. Noch op den Frankfortfchen Ryksdag van 2234 had men Koning Hendrik VIL doen belooven, dat hy viermaal des maands, op welke plaats hy zich ook bevinden mocht, dergelyke gerichten in zyne tegenwoordigheid zoude doen zitten. Van ouds hadden alle inwoonders van het Ryk het onfchatbaar recht van niet uit het geweft > waarin zy woonden , naar elders ter verantwoording te kunnen ontbooden worden. De gewoonte der Keizeren om gantfch Duitfchland door te reizen en overal in perfoon te komen recht fpreeken, ftamde hier van af en had noch al haare kracht behouden. Frederik II. had daarenboven op den Ryksdag te Mayntz verordend, dat ieder naar de gebruiken zynes Vaderlands gevonnift moeft worden, Naar deeze régel derhalven hielden de Opperhoofden des Ryks in elk gedeelte van hetzelve hunne Ryksgerichten. Hier verkoozen zy uit Ridderen eh Rechtsgeleerden hunne Byzitteren, en oordeelden er over alles wat men ter hunner kennis bracht en over alle gevallen, in welken men

zich