is toegevoegd aan je favorieten.

De levens van doorluchtige Grieken en Romeinen, onderling vergeleeken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

364

het LEVEN

zou volgen , dat die genen , • welke Hechts twee namen voerden, geenen eigen-naam gehad hebben. Doch hy bemerkt niet, dat daartegen, door deze zyne redekaveling, de vrouwen zonder eigen-naam worden gelaten; want geene vrouw wordt ooit genoemd naar den eerften dier namen, wel. ke, volgens posiDONius,de eigen-naam by de Romeinen geweest is ; terwyl van de twee anderen de eerfte de gemeene naam van het geheele geflacht was, zodat, wanneer men zeide de pompejussen , de

manl1ussen , de corneliussen ,

zulks gelyk was, als wanneer men zeide de heracliden, de pelopiden; en de laatfte een onderfcheidings-naam, die aan iemand met betrekking tot zynen imborst, zyne daden , de geflalte of de gebreken van 't lichaam, wierd gegeven: hoedanige zyn de namen van macrinüs , torquatus en sülla , welke gelyk liaan met die van mnemon, grypus en cALUNicus. Dan hier tegen zou uit het verfchil van gewoonte veel kunnen gezegd worden

Wat

(V) Plutarchus toont in deze laarfte woor»

den , den aard en oo-fprong des gefchils, 't welk

door verandering van tyden en gewoonten ont-

fiaaa