is toegevoegd aan je favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IF.

ÜOEIC,

VII. Hoofdft.

ar8 JOODSCHE WETTEN.

of kroonen van wilde olyfbladeren, pie* terfelie, of diergelyke loftuitingen; (7) maar 't geen veel hooger te waardeeren is, het getuigenis van een goed geweeten, nevens het geluk, dat zy van god bemind worden, 't welk de voorzegging van zynen dienstknecht moses, dat zulks niet misfen zoude, bekragtigt, en hun geloof zodanig bevestigt, dat zy zich tot befcherming dier Wetten blymoediglyk aan den dood overgeeven, met eene vaste hoop van eene eeuwige gelukzaligheid in

het ander leeven te zullen genieten.

Ik zou dit alhier niet bygebragt hebben, 't en ware het by ieder één bekend wös, dat veele onzer Voorouderen zeer kloekmoediglyk alle pynen, ja den dood zelven, hebben geleeden , liever dan, in 't minfte, iets tegen onze Wet te fpreeken. Maar indien dit geene bekende zaak ware, en dat men nooit van ons hadt hooren melden; of indien iemand verhaalde, dat hy in eene Historie geleezen, of in een verre afgelegen land gezien hadde een Volk , dat zulk een deftig gevoelen van god hadt, en, zo veele eeuwen lang, zodanige Wetten hadt onderhouden, zonder daarvan af te wyken, zou hy 'er niet over verwonderd ftaan, te meer, als hy in zyn eigen land eene geftadige verandering

O) Josephus ziet hier op kroonen van wilde olyfbiaueren , van pieterfeiie, en dergelyken, welke de pryzen waren, die in de fpelen der Grieken aan de overwinnaars werden uitgedeeld.