is toegevoegd aan je favorieten.

Alle de werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JOODSCHE WETTEN. 210

ring in den Godsdienst en de zeden zag? Men weet immers wel, dat de Grieken., die iets dergelyks ondernomen hebben van de Regeering d t Staatendommen te fchryven, uitgelagchen zyn geworden, als of zy onmoogelyke zaaken voorgefteld hadden. Want zonder te fpreeken van hunne Filofoofen, die over die ftoffe hebben gefchreeven vóór plato, wien zy zo zeer pryzen, dewyl hy alle anderen door zyn vroom leeven, door zyne welfpreekendheid, en door de kracht zyner redeneeringen overtreft; is 'er niet mede gefpot, zelfs in de blyfpelen, door zulken, die oordeelden, dat het geen van de Staatkunde gefchreeven was, niet in 't werk gefteld kon worden? Niettemin, als men zyne werken befchouwt, zal men bevinden, dat hy zich zeer naar' 't gemeene gevoelen fchikt, en niet fterk op 't zyne ftaat; ja hy zelf bekent, dat hy, wegens de onweetendheid des gemeenen volks, zyn waar gevoelen aangaande god niet hadt durven fchryven , om dat hy 't zonder gevaar niet zou hebben kunnen doen. Maar veelen merken plato's voorftellingen aan, als ydele woorden, die door de konst van zaamenvoeging zich aangenaam maaken. Dan die van lykuugus waardeeren zy ten hoogften, achtende de Lacedemoniërs gelukkig, om dat zy die Wetten zulk eenen langen tyd onderhouden hebben. (Y)

Dus

(<) De Liceiemonisrs hebben deeze Wetten wel

lang

II.

hoek. Vi r. -Ioofdft.