is toegevoegd aan je favorieten.

Handleiding tot de plant- en kruidkunde [...] volgens het zamenstel van C. Linnaeus.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleiding.

I

76 De Eigenschappen der Planten

petali of Veelbladige, en die, welke geen Bloemblaadjes hebben, apetali of Staminei, dat is Ongebladerde of Vezelbloemen geheten. Onder de Eenbladige hebben fommigen de gedaante van een Klok, die men Campaniformes; anderen van een Trechter, die men Infundibuliformes: anderen van een Rad, welke men Rotati: andere loopen in een Lip uit, die men Labiati: anderen waren als een Gryns, die men Perfonati noemde. Onder de Veelbladige kwamen 'er voor als een Kruis, welken Crucif'ormes; als een Roos , welken Rofacei; als een Anjelier, welken Caryophyllcei; als een Lely, welken Lüiacei; als een Kapel of Vlinder, die Papilionacei getyteld werden. Deeze werden , in 't algemeen, als Enkelde Bloemen aangemerkt. Van de Samentelde hadt men 'er die den tytel voerden van Floscuhfi, als 't eenemaal uit regelmaatige Bloempjes: van Semifloscnlofi, als uit halve of gelipte Bloempjes, en van Radiati, als uit beiden famengeiïeld. De Distelen en Klisfen leveren voorbeelden uit van het eerfte; de Paardebloemen van het tweede , en de Zonnebloemen van het derde. Onder de Boomen zyn 'er eenigen die Vezelbloemen draagen, in zekere lange bosjes famengevoegd, Katten genaamd, welke, deswegen , den naam van Flores Amentacei voeren. Voorts heeft men nog Dubbelde Bloemen (Flores pleni), welke, om dat zy zelden Zaad draagen , in de Kruidkunde als Mon-

fiers