is toegevoegd aan je favorieten.

Stukken het schoolwezen betreffende, uitgegeeven door de Maatschappij: tot nut van't algemeen. Eerste bundel. 1785-1792

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C4-- )

een denkbeeld van een klimmenden voet, het tweede van een daalenden, en het derde, van een huppelenden of rrippel"^d"n; het leert, dat de nadruk der ftem op die fijllaben vallen moet, welke uit haar aart zwaar zijn, en welke wij, in het gemeenzaam gefprek, zelfs mee nadruk, gelijk uit het aangevoerde voorbeeld blijken kan, uitfpreeken — en waarom toch zou men dit niet doen kunnen in vaerfen-waarom moeten deze mee zulk een verveelenden Catfiaanfchen dreun geleezen worden; immers, of hec te pas kome of niet, zullen veelen een dichtmaatigen regel met een foort van huppeling, of zingen leezen, waar bij tevens de gewoonte is, om de woorden in heit midden, en op 't einde der regels, met nadruk uit te fpreeken, en , of 't voege of niet, op de helfj der regels te rusten; bij voorbeeld, de regel:

Wie is 't die aan de zee = en petk en paaien ftelt ?

zal men niet geregeld doorleezen, maar tusfehen Zee en En ophouden . en het uitdreunen , of hec eenftukjenuitdeFranfcheTirannij7/J ware, om dan echter hierin ook eenige regels aan de hand te geeven,zalik de Voetmaaten, van denkortfien tot den langden toe, met voorbeelden aantoonen, naa voor afgezegd te hebben, dat een voet, in het klimmende en daalende üittwee, en in het trippeldicht, uit drie lettergreepen beftaat, ten ware,

(d) Een Boek zeker, dat onwaardig is, om op de fchoolen te gebruiken ! het ware te wenfehen, dat veele meesters hun valfchen fmaak, door bet gebruik vaa dit boek, niet aan den dag lagen.