Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men duidt al de bovengenoemde verschijnselen als „physieke" aan, omdat zij, in tegenstelling met de spiritistische „boodschappen", gewoonlijk geen intellectueelen inhoud hebben. Men kan ter verklaring ervan, de spiritistische hypothese dan ook glad missen en volstaan met de aanname, dat het medium zelf deze verschijnselen op eenige wijze tot stand brengt zonder bovenaardsche hulp. Men spreekt daarom wel zonder meer van mediumieke of mediumistische of mediamieke verschijnselen. De vraag is natuurlijk, hoe bewerkstelligt het medium de genoemde zaken, welke voor het meerendeel in strijd zijn met de normale duizendjarige ervaring der menschheid, en althans, voor zoover zij ooit beschreven zijn, tot de onbegrijpelijke „wonderen" gerekend kunnen worden. De oplossing kan slechts één alternatief omvatten: öf het medium beschikt over buitengewone vermogens, welke spotten met alle tot heden bekende wetten der natuurkunde, öf het medium.... bedriegt: „tricheert", zooals de vakterm luidt. Deze laatste onderstelling wordt nog meer verwikkeld door de psychologische overweging dat dit bedrog vaak volstrekt onbewust kan geschieden. — Aan den strijd der meeningen over de vraag: bedrog of wonder? zullen wij enkele opstellen wijden.

Beginnen wij met een zéér schetsmatige beschrijving van een „séance , waarin men hoopt of verwacht physieke verschijnselen te zullen bijwonen. Die séance wordt gehouden in een gewone woonkamer. De deelnemers zitten aan een langwerpige tafel; het medium aan het hoofd ervan. De overige personen vormen een kring er omheen. Achter het medium bevindt zich een door twee gordijnen afgeschoten ruimte, in het spiritistisch bargoens geheeten: het magisch cabinet, of tooverhokje. Soms neemt men hiervoor een hoek van de kamer. Soms (althans als de séance 's avonds plaats vindt) bepaalt men zich er toe, de tafel dicht bij een raam te plaatsen. Trekt men de overgordijnen dicht, dan vormt de ruimte tusschen de gordijnen en het venster het tooverhokje, dat voor de onbekende kracht tot laboratorium dient. In dat hokje zet men gewoonlijk een tafeltje, een bankje of een stoel, beladen met enkele voorwerpen, die door onzichtbare handen moeten te voorschijn gebracht worden. Zeer geliefd zijn: een tamboerijn (veelal bestreken met een phosphoresceerend mengsel), een mandoline, een kamerschelletje, allerlei dingen dus, die leven kunnen maken. Heel of half duister. Zelden behoorlijke verlichting.

Sluiten