Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tegenwoordige studeerende jongelingschap is afkeerig geworden van de feitelijkheden der werkelijkheid. Zij zoekt bevrediging in het ontastbare der bespiegelende wijsbegeerte, en in de onberekenbare, door partijhartstochten vertroebelde stroomingen der sociale en politieke wetenschappen. Philosophie is een geliefd allotrion van studenten aller Faculteiten geworden. Zij kennen de botanische voorproeven niet van de groenten die zij verorberen, zij weten een vink niet van een kwikstaart te onderscheiden, zij weten niet welke electrische stroom op de geleiding staat welke hun kamer verlicht, zij

hebben er geen idéé van, hoe een automobiel gedreven wordt maar zij

lezen Kant. „Fichez-moi le Kant" zou men geneigd zijn den Merel uit Rostand's Chantecler na te zeggen waar hij de wijsgeerige kippen bespot.

Wijsbegeerte — ik zal de laatste zijn om haar verhevenheid te verlagen — is Synthese van Kennis. Maar zich met Synthese bezig te houden, waar de meest elementaire feitenkennis ontbreekt, is bespotting der redelijkheid. Hetzelfde geldt voor de sociale en politieke wetenschappen. Ook zij zijneen Synthese van de nooden en de eischen der samenleving. Ieder wien de jaren wassen, voelt zich de noodzakelijkheid bewust worden, zelf een bescheiden aandeel te nemen aan de regeling der maatschappelijke behoeften en voorzorgen. Maar als men de bloem der jeugd zich ziet warm maken voor verbijsterend ingewikkelde vragen als: oorsprong en beteekenis van het Capitool; de wortelen van het Communisme en diergelijken, dan voelt men de neiging uit te roepen: „Gaat naar huis, wacht tot de brand uitschiet, en intusschen komt den eenigen en eersten plicht na, welken de gemeenschap u oplegt. Legt u met hart en ziel toe op de studie der positieve grondslagen, vóór ge de wereld wilt hervormen."

Vraagt men voorts naar de oorzaak van de vreemde verblinding en de dwaze verdoling des geestes der tegenwoordige studeerende jongelingschap, dan zoek ik die allereerst in het lagere, middelbare en voorbereidende hoogere onderwijs. De daar heerschende geest uit zich in twee richtingen; ten eerste streeft men er boven alles naar, om de arme kleinen te sparen: vermindering, vergemakkelijking der leerstof; vereenvoudiging der studie; beperking van het huiswerk, bevordering van sport. Uit het hoofd leeren? Uit den booze en beneden de waardigheid: de kinderen moeten „begrijpen";

Sluiten