Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

24. HET RAADSEL DER PERSOONLIJKHEID.

Te weten wat 's menschen aard, karakter en persoonlijkheid bepaalt, dat is sedert duizenden jaren voor wijzen en geleerden een tot onderzoek en studie prikkelend vraagstuk geweest. De oplossing van het geheim heeft men langs zeer verschillende wegen en in zeer verschillende werkingen gezocht. Richtsnoer werden daarbij de tijdgeest, de leidende gedachten in wetenschap en wijsbegeerte, de denkmode. Toen de feitenkennis der natuurwetenschappen gering en de neiging tot mystiek groot was, volgde men astrologische theorieën. De stand der sterren, de onderlinge standverhouding der planeten, zon, maan en aarde, bepaalden den aanleg van den pasgeborene. Men dacht zich dien invloed als een soort strooming van een ijle materie die tevens energie was: een soort aetherbeweging, die men Archaeus of het Astraal noemde. Kwam het soms niet uit, wat nood! Reeds de oude wichelaars hebben geleeraard: Astra inclinant, non necessitant: de sterren neigen, ze dwingen niet!

Rij de geneeskundigen heeft naast de astrologische al sedert Hippocrates een andere leer geheerscht: de humorale leer. Al naar gelang van aard en samenstelling der lichaamssappen, al naar gelang welk sap overheerschte, was de persoonlijkheid gekenmerkt door samenhangende complexen van eigenschappen op lichamelijk en geestelijk gebied. De groote arts en menschenkenner van Cos onderscheidde het sanguinische type, het lvmpliatische, het zwartgallige en het slijmerige (phlegmatische). Deze vier typen, verschillend door sap-menging (temperament beteekent letterlijk: mengsel!) waren onderscheidenlijk verwant aan de vier z.g. elementen: water, vuur, lucht en aarde. Men heeft de leer der vier elementen vaak bespot, omdat men ze opvatte als een chemische naieviteit. Inderdaad echter schijnen de Ouden met hun vier (vijf als men den aether, zes, als men „liefde en „haat aantrekking en afstooting er bij telt) elementen wel verre van stoffen, uitsluitend eigenschappen, neigingen, attributen bedoeld te hebben.

De leer der temperamenten heeft den stroom der millenniën doorstaan, totdat in het einde der 18de eeuw de vergelijkende anatomie een nieuw inzicht gaf. Men vond, dat dieren en menschen kunnen wat zij kunnen, zijn

Sluiten