Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gedeeltelijk wekken plaatselijke chemische veranderingen indirect (door bemiddeling van het zenuwstelsel) compenseerende maatregelen op. Een uiterst geringe verschuiving van de koolzuur-zuurstof-verhouding in de longen en in het bloed roept een versnelling of een vertraging, een dieper of een meer oppervlakkig worden der adembewegingen op. Dit gaat door middel van het centrale zenuwstelsel, maar geheel buiten ons bewustzijn om.

Een ander voorbeeld, uit een geheel ander gebied, is minstens even belangwekkend. Onze zenuwen hebben haar oorsprong in het centrale zenuwstelsel: hersenstam en ruggemerg. In een vroeg tijdperk van de embryonale ontwikkeling groeien zij uit de zenuwcentra uit en verbinden zich met haar „eindorganen", de zintuigen en de spieren. Het kon wonderbaarlijk schijnen, dat de zenuwen precies het orgaan wisten te vinden dat zij in het latere leven moesten beheerschen. Intusschen hebben histologische onderzoekingen geleerd, dat er tusschen ruggemerg en organen al vóór het uitgroeien der zenuwen een net van protoplasmatische banen gesponnen ligt, waar de uitgroeiende zenuwen een wegwijzer in vinden. Dit netwerk verdwijnt in het later leven. Wanneer een zenuw ergens in het lichaam doorgesneden wordt, worden de door haar geïnnerveerde huid en spieren verlamd. Na eenige weken of maanden keeren gevoel en beweging weer terug. Wat is geschied? De doorgesneden zenuw, die nog aan het ruggemerg vast zat, is weer gaan uitgroeien en vezel voor vezel ervan heeft de organen waar zij bij hoorde, teruggevonden!

Het lijkt een wonder van weloverwogen bewuste intelligente daadsrichting. Maar de verwondering wijkt voor twijfel, wanneer we vernemen, dat die doorgesneden zenuw ook gaat uitgroeien in de stomp van een afgezetten arm of been, waar dus huid noch spieren meer te bereiken vallen. En tenslotte laten we elke onderstelling van een doelbewuste richting in het uitgroeien der zenuwvezels varen, wanneer we zien, dat we de richting waarheen de doorgesneden zenuw uitgroeit geheel naar willekeur kunnen wijzigen. Hecht men in de wond, in de nabijheid van de doorgesneden zenuwstomp, een kort, fijn glazen buisje, gevuld met brij van een stukje fijngewreven zenuw, dan ziet men dat de uitgroeiende zenuwvezels in dat buisje binnendringen, in plaats van naar haar huid en spieren te trekken! Blijk-

Sluiten