Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten is gezonden met de opdracht een ziekte der zijdewormen te gaan bestudeeren en bestrijden. Deze ziekte (het bleken er later twee te zijn) vernielde jaarlijks voor honderden millioenen aan zijde. Tegen die ziekte stond men machteloos. Toen zond de Regeering, op aandringen van den grooten chemicus Dumas, diens genialen leerling Pasteur uit om de zaak te onderzoeken. Pasteur ging en eenmaal op het terrein van zijn arbeid aangekomen, begon hij met een bezoek af te leggen bij Fabre, den onlangs op zéér hoogen leeftijd overleden, toen reeds beroemden bestudeerder van het leven en van de zeden en gewoonten der insecten. Fabre, hoewel te bescheiden om naar academische erkenning of eer te dingen, was toen toch reeds in engeren kring bekend als een nauwlettend aanschouwer en onderzoeker op zijn gebied en een goed kenner van de zijderupsen-cultuur. Terwijl Pasteur nu bij Fabre op visite is — Fabre heeft het in zijn „Entomologische herinneringen verteld — ziet hij op tafel eenige eivormige, harige voorwerpjes liggen. „Wat zijn dat voor dingen?" vraagt Pasteur. „Weet je dat niet?" vraagt Fabre: „dat zijn cocons; cocons van de zijdeworm." „Wat aardige dingetjes," zegt Pasteur daarop; „maar er zit wat in, want het rammelt wanneer men ze schudt." „Zeker", licht Fabre hem in, „er zit een pop in. Die pop ontwikkelt zich tot vlinder. Die vlinder legt eieren. Uit die eieren kruipen rupsjes: die groeien op tot zijdewormen, die jij hier komt bestudeeren! „Hoe aardig is dat", zegt Pasteur „dat wist ik niet. Mag ik er een paar meenemen om ze eens nader te bekijken?"

Men voelt de beteekenis dezer anecdote en de bedoeling waarmede Fabre ze heeft medegedeeld. De man die de ziekte der zijdewormen kwam bestudeeren, wist van zijdewormen niets af. Hij herkende de cocon van den zijdeworm niet en herinnerde zich niet of vaag, dat het leven der insecten uit een reeks elkaar volgende gedaantewisselingen bestaat. En toch heeft de man het geheim der zijdewormen-sterfte ontsluierd: twee doodelijke ziekten en haar oorzaak ontdekt (de pébrine en de flactérie), ze met vrucht bestreden en zijn vaderland millioenen bespaard. Pasteur miste ten eenenmale elke specialistische vakkennis. Had men hem vóór de Regeering hem uitzond aan een examen in insectenkennis onderworpen, dan was hij hopeloos en reddeloos „gestraald". En toch.... en toch is hij geslaagd. Omdat hij een genialen aanleg had, en liefde en toewijding voor zijn taak.

Sluiten