is toegevoegd aan uw favorieten.

Occultisme, wetenschap en leven

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men versta mij nu niet verkeerd. Men leze uit de anecdote van de zijdewormen niet, dat een ieder zich mag verbeelden, evenals Pasteur, alles aan te pakken waar hij niets van weet. Ik bedoel er alleen dit mee: tusschen „kennen" en „kunnen" ligt een afgrond. In onzen tijd meent men, dat om iets te kunnen, kennis hoofdvereischte is. Inderdaad echter zijn van veel meer belang een goede aanleg, een algemeene voorbereiding, en voorts enkele ethische hoedanigheden en karaktereigenschappen. De grootste geleerdigheid, zelfs ware geleerdheid kan het ontbreken dezer laatste niet vergoeden.

37. LIEFHEBBERIJ EN BEROEP.

Wanneer men de menschen met wie men omgaat nader bestudeert, zal men tot zijn verbazing ontdekken, dat verreweg de meesten er een liefhebberij op na houden waaraan zij misschien niet zoo veel tijd, maar vaak evenveel liefde en toewijding geven als aan hun eigenlijk vak of beroep. Soms is die liefhebberij louter verstrooiing en verdrijf van vrijen tijd. Hiertoe be~ hooren verscheiden vormen van sport en spel. Dikwijls echter eischt de liefhebberij ernstige studie, meer soms dan voor de uitoefening van het eigenlijk beroep noodig is. Van welken aard zij ook zijn mogen, één eigenschap hebben alle hobby's van alle menschen gemeen: dat zij hun, die ze kweeken, diep in het hart zitten. Leer iemand goed kennen, zóódat hij u zijn hobbelpaard vertoont, en dan zal u blijken, dat hij daar trotscher op is dan op de erkende bekwaamheden door hem in zijn eigenlijk vak ten toon gespreid.

Ik herinner mij een grap uit een mondain weekblaadje dat te Rome verscheen toen ik daar medicijnen studeerde. Het luidde: „Als ge Gabriele d'Annunzio wilt behagen zeg hem dan niet dat hij Italië's grootste schrijver is. Dat is volkomen juist, maar het kan hem niets schelen. Zeg hem dat hij toch zoo'n zadelvast ruiter is. Dat is een leugen, maar niets kan hem meer vleien dan die lof!" De mop datéert uit den tijd, dat Gabriele's liefhebberij nog bescheidenlijk daarin bestond, dat hij eens in de week in een rooden rok met de hoog-adellijke leden der Romeinsche jachtclub, deelnam aan de