Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een duidelijken naam aan te duiden. Dat komt omdat het aantal namen ervan legio is. Elke mystieke richting heeft er één of meer! En elk dier namen beantwoordt aan een bepaald begrip. Vaak aan een traditioneel, maar verouderd begrip. Veelal aan een eenzijdige en gedeeltelijke aanschouwing. Ziethier eenige voorbeelden. Vele occulte scholen van het Westen spreken van het „astraal lichaam". Elk dier beide woorden drukt een complex van nevenbegrippen en een bepaalde oriëntatie van denkbeelden uit, die op zichzelf niets met het fundamenteele begrip te maken hebben. Astraal beteekent iets, dat van de sterren komt, of iets dat ook de sterren bezitten. Deze definitie dateert uit een tijd toen de astrologie (sterrenwichelarij) de gedachten der menschen sterk beheerschte. Men kan echter aan het bestaan van een astraal lichaam in den mensch gelooven, zonder aan te nemen dat dit iets met de sterren te maken heeft. En ten slotte: wat beteekent het woord „lichaam", om den bemiddelaar tusschen lichaam en geest aan te duiden? Hebben wij niet juist vastgesteld, dat die bemiddelaar niet lichamelijk is? Zeker, maar met het woord lichaam bedoelt men in dit geval dat het, evenzeer als het grof stoffelijke lichaam, een woning voor den Geest is. Onze geest bezit dus twee huizen, twee lichamen, het eene binnen het andere: het astraal lichaam en het lichaam van vleesch en bloed.

Een andere veel gebruikte term is: „het dubbele" (Fransch: le doublé). Ook hierin ligt duidelijk opgesloten de gedachte aan twee lichamen waarover wij beschikken; het eene knokig en vleezig, met huid omkleed, het andere vaag schimmig, maar niet minder wezenlijk als het andere. Van een geheel ander gezichtspunt uitgaande spreekt Allan Kardec, de man die de feiten en denkbeelden van het spiritisme tot een min of meer ordelijk systeem gerangschikt heeft, van het „perisprit". Die gruwelijke samenkoppeling van het Grieksche woord peri (omheen) en het Fransche esprit (geest) beteekent zooveel als: kleed van den geest. De theosophie, welke vele harer begrippen en termen aan Hindoeleeren ontleent, is met een enkele tusschenschakel niet tevreden, maar neemt er verscheidene aan, wat tot gedetailleerder inzicht voert en fijner onderscheidingen mogelijk maakt, het grondbegrip echter verwatert. Insgelijks de anthroposophie. Ik zal mij echter bij mijn uiteenzettingen in hoofdzaak houden aan de geheime overlevering der Westersche mystiek en dus de namen, welke de Oostersche in-

Sluiten